In memoriam

Max Lüscher - Een pionier op het gebied van emoties

Max Lüscher werd bekend met zijn kleurentest. De Zwitserse kleurenpsycholoog, of “kleurenpaus” overleed op 2 februari 2017 in Luzern. Hij werd 93. Hij wijdde zijn hele leven aan onderzoek. Met niet aflatende inzet onderzocht hij hoe de innerlijke beleving zich verhoudt tot de objectieve realiteit en hoe deze relatie zich in verschillende levensaspecten manifesteert. Hij stelde een categoriaal model samen van zes categorieën om emoties, motivatie en het daaruit voortkomende gedrag te beschrijven: sturend, ontvankelijk, constant, variabel, integratif, separatief.

Dit model - de Lüscher-kubus - is zijn belangrijkste nalatenschap voor volgende generaties. Dankzij dit model kunnen we de ambivalentie van het menselijke denken en handelen, dat tot zowel prachtige als vreselijke dingen kan leiden, beter begrijpen. De Lüscher-kubus biedt ons als model van categoriaal denken inzicht in samenhangende factoren. Als we dit model begrijpen, toont het hoe iedereen uit zijn of haar moeilijke situatie kan geraken en weer in balans kan komen. Max Lüscher maakte als Zwitser de Tweede Wereldoorlog slechts vanop afstand mee. Toch was hij als jonge man naar eigen zeggen diep geschokt door de wreedheden die de oorlog teweeg had gebracht. Zo diep zelfs dat hij het besef nooit kon verdringen dat de mens in staat is zichzelf in de afgrond te storten. Zijn boek “Innerlijke harmonie” heeft hij regelmatig bijgewerkt en uitgebreid. Hij probeerde te spreken tot de “onbewuste kennis”, het “geweten” dat in ieder mens een harmonieus evenwicht tussen de basisemoties tracht te vinden. Het boek was lange tijd een bestseller en is in vele talen beschikbaar. Met dit boek riep Max Lüscher de mensen op hun gezond verstand te gebruiken. Hij was ervan overtuigd dat ieder mens ook zonder academische vorming dit model kan begrijpen. Het moet iedereen kunnen helpen het eigen egocentrisme te overwinnen en een harmonieus leven te leiden.

Er is geen mentale acrobatiek voor nodig, want speciaal voor dit doel ontwierp hij een non-verbale procedure waarbij men met behulp van specifieke testkleuren het emotionele reguleringssysteem kan bestuderen. Hij ontdekte al op zijn 23ste dat kleur als toetsmiddel kan worden gebruikt. Hij kon zich in dit verband inderdaad baseren op eerdere werken binnen de experimentele psychologie, psychofysica en expressieve psychologie, maar hij wilde veel meer onderzoeken dan alleen maar het effect van de kleur. Jarenlang zocht hij naar psychologisch functionele kleuren. Hij experimenteerde met verschillende materialen en pigmenten. Tijdens een reeks studies testte hij zijn kleurresultaten op patiënten in psychiatrische ziekenhuizen in Basel. De eerste resultaten presenteerde hij in 1947 op het Wereldcongres voor Psychologie in Lausanne. Dankzij zijn kleurdiagnose werd hij bekend binnen zijn vakkring.

Maar hiermee alleen was hij nooit zover gekomen. De basis voor zijn succes legde hij tijdens zijn studies Filosofie en Psychologie aan de universiteit van Basel. De Zwitserse filosoof Paul Häberlin bekleedde toen de leerstoel. Zijn studententijd was bepalend voor zijn verder leven en hielp hem de eenvoudige kleurenpsychologie en expressieve psychologie te overstijgen. Hij wist de structuur van zijn test in een specifiek antropologisch systeem te verankeren. Op 25-jarige leeftijd lichtte hij in 1949 de grondslagen voor dit model toe in zijn proefschrift “Kleur als middel voor psychologisch onderzoek”. Dankzij dit werk, dat het predicaat “hoogste onderscheiding” kreeg, genoot hij bijzondere aandacht. Zijn testprocedure werd als innovatief psychologisch diagnosehulpmiddel opgenomen in de psychologische diagnosestelling. Max Lüscher presenteerde zijn kleurdiagnose vanaf het begin binnen de context van zijn antropologisch model. De Zwitserse filosoof Jean-Claude Piguet schreef in 1952 in zijn recensie: “Deze jonge psycholoog uit Basel voert tegelijkertijd kleurpsychologie en karaktertypologie uit.” [Revue de Théologie et Philosophie, Tome II, Lausanne 1952, S. 341]. Piguet benadrukte de filosofische benadering van Lüschers karaktertypologie, de Franse en Duitse geest op een buitengewone manier samenbrengt. De rationele in plaats van empirische aanpak verwonderde Piguet. Het gebruik van a-priorische categorieën en Lüschers enthousiaste stellingname dat er slechts 4 basisvormen zijn die alle mogelijke menselijke gedragingen kunnen beschrijven, stemmen Piguet verwachtingsvol. Met een ietwat ironische ondertoon schreef hij dat men, wanneer deze stelling ook empirisch is aangetoond en daarmee wetenschappelijk gestaafd, mag uitkijken naar verdere werken van deze jonge psycholoog. «In afwachting op de dag waarop de psychologie even strikt en doeltreffend wordt toegepast als de fysica bedanken wij de heer Lüscher om ons te helpen reflecteren op de nauwe relatie tussen psychologie en metafysica.» [a.a.O. S. 342]

Ondanks de sceptische uitlatingen van zijn tijdgenoten werkte Max Lüscher ongestoord verder aan zijn onderzoeksprogramma. Na zijn proefschrift werd hij gedurende 3 jaar bestuurslid van het antropologisch instituut van de Lucerna stichting. Zo kon hij zijn antropologisch model verder ontwikkelen. Pas 5 jaar nadat hij zijn proefschrift had ingediend legde hij in 1954 in het kader van zijn habilitatie zijn antropologisch model “Filosofische antropologie, psychologie en cultuur” voor aan Karl Jaspers, de opvolger van Paul Häberlin aan de universiteit van Basel. Dit leverde hem meteen een uitnodiging naar Amsterdam op. Er volgden nog onderwijsopdrachten aan verschillende universiteiten (bv. Harvard, Yale, Melbourne, Rome, Graz en Santiago). Tussen 1978 en 1990 onderwees hij kleuren- en vormpsychologie aan de kunstacademie van Linz. Hij volbracht Piguets kernachtig geformuleerde opgave op het einde van zijn productieperiode met zijn “Periodesysteem der emoties”.

Hoe nauwgezet zijn psychologisch systeem ook was, hij waarschuwde voortdurend tegen eenzijdigheid: elke afwijking van de krachtbalans moest als een storing in het regulerend systeem worden gezien. Elke vorm van eenzijdig objectivisme en subjectivisme, empirisme en idealisme, individualisme en collectivisme, moralisme en dogmatisme definieerde hij categoriek als overdrijving. Omwille van het dynamische zelfregulerende systeem zou immers geen enkele ideologie lang kunnen standhouden. Zijn antwoord op overtuigingen, houdingen en emoties die komen en gaan was de cultivering van de 4 gevoelens van eigenwaarde: innerlijke tevredenheid, zelfachting, zelfvertrouwen en innerlijke vrijheid. Zij zijn bepalend voor de 4 karakterologische basisvormen. Het idee van wat zo'n cultivering betekent schetst Max Lüscher in een fragment van zijn postdoctoraal onderzoek “Psychologie en psychotherapie als cultuur” [in: Psychologia-Jahrbuch 1955, Rascher Verlag, S. 172-214].

Als men de omvang van zijn werk en van zijn mentale capaciteit bekijkt, dan lijkt het nogal ironisch dat Max Lüscher zijn populariteit vooral te danken heeft aan de korte versie van de “klinische Lüscher-test”, die men ook “kleine Lüscher-test” noemt. De “kleine Lüscher-test” bestaat uit slechts 8 kleurkaarten die de proefpersoon op volgorde van voorkeur moet leggen. Deze uiterst populaire 8-kleurentest werd vooral als gezelschapsspel beschouwd en minder als een stabiel, betrouwbaar instrument in de handen van beroepspsychologen en medische deskundigen. Dat Max Lüscher deze korte versie uitbracht, paste volledig in zijn tijdgeest. Zijn daardoor sterk toenemende populariteit had echter negatieve gevolgen voor de status van de “klinische Lüscher-test” binnen zijn vakkring. Daar werd de Lüscher-test, die oorspronkelijk was bedoeld als snel hulpmiddel voor iedereen, gelabeld als onwetenschappelijk en onbetrouwbaar. Deze beoordeling van zijn methode houdt tot vandaag stand en wordt kritiekloos herhaald en aangenomen, zonder dat iemand de moeite neemt grondig te onderzoeken of ze wel klopt.

Het gebruik van kleur als psychologisch middel om menselijke emoties te begrijpen lag Max Lüscher na aan het hart. Voor hem moest iedereen zijn antropologisch model kunnen begrijpen en toepassen. Om dit doel te bereiken bleef hij tot op hoge leeftijd veel publiceren. Naast vele artikelen schreef hij talrijke boeken over psychologie. Die bleven lang op de bestsellerlijsten staan. Niet enkel “De Lüscher kleurentest” en “De Lüscher kubus”, die in meer dan 40 talen zijn vertaald, maar ook “Signalen van de persoonlijkheid”, “De vier kleurenmens”, “Kleuren van liefde” en zijn standaardwerk “Innerlijke harmonie”. In dat laatste boek wordt de kleurtest op verschillende gebieden bekeken. Het bevat veel theorie, maar is toch ook zeer praktisch door de vele verschillende toepassingen. Hij was een begaafd spreker met veel charisma en straalde authenticiteit uit. Hij werd vaak uitgenodigd om te spreken op conferenties, radio, televisie en talkshows. Tot kort voor zijn dood vroeg men de Zwitserse kleurenpsycholoog of “kleurenpaus” regelmatig naar zijn kijk op zaken die te maken hebben met kleur, emotie, leefstijl en bewuste zelfsturing. De Max-Lüscher-Stiftung en de Lüscher-Color-Diagnostik AG zullen nu zijn omvangrijk oeuvre beheren en zijn nog steeds relevante psychodiagnostische methode verder verspreiden.

Zijn directe aard kon sommigen wel eens uit evenwicht brengen. Ook al gaf hij er onverbloemd uiting aan, de waarheid was zijn grootste goed. Dankzij zijn humor en streven naar oprechte menselijkheid creëerde hij tegelijk kansen voor innerlijke groei. Door zijn hele leven aan onderzoek te wijden kreeg hij een diep inzicht in het psychische reguleringssysteem. Zijn heengaan creëert een leegte, maar met zijn categoriaal model laat hij voor iedereen een methode na om deze leegte te vullen.

 

Printed 15.12.2017 22:29:25 from http://www.luscher-color.com
Copyright Lüscher-Color-Diagnostik AG © 1949-2017